Ik heb lang getwijfeld om eerdaags wederom een artikel te schrijven over de geliefde sport bij velen, het wielrennen. We leven momenteel in een tijd die bol staat van de lockdown, gesloten kroegen, lege stadions, afijn leuk is anders. Maar gelukkig nemen de crossfanaten deze sombere tijd nog goed op met hun wedstrijden, vooral bij onze Zuiderburen. Het zijn vooral de Belgen die de scepter zwaaien in de modder, zandheuvels en weilanden. Met als hoofdfiguur Wout van Aert. Een klasbak die zowel in het veld als op de weg de ene zege na de andere opeist. Iserbyt, Toon Aarts en Pidcock voeren de forcing, helaas is onze grootwinnaar Mathieu van der Poel afwezig vanwege een flinke rugblessure. De Belgische sportliefhebbers hebben daar zo hun twijfel over en verzinnen allerlei zaken om hem als looser te kenmerken. Welnu dat is niet het geval en Wout mag van geluk spreken dat Mathieu zelf verkiest om het rustig aan te doen. Zijn deelname aan het WK staat momenteel op de helling, vader Adrie geeft zelfs aan dat het crossseizoen, als het aan hem ligt, voorbij is. De klassiekers wachten en daarop moet het herstel gericht zijn, geen overmatige deelname aan het geploeter door de modder e.d. Lars van der Haar doet het goed met als grote prijs het Europees kampioenschap, maar ook hij sukkelt met een knieblessure. Hij doet wel zoveel mogelijk mee om, waarschijnlijk, zijn startgeld ten toon te stellen. Er zit genoeg furie in dit smalle lichaam om alles te geven wat mogelijk is, zijn Europese trui waardig. Het is gewoon jammer dat we de strijd tussen de twee kemphanen, Mathieu en Wout moeten missen, wat genoten we in 2021 van de strijd met een veelvoud van overwinningen van eerstgenoemde. De Belgen werden er gek van en vooral als Michel en Jose de klasse van hem alsmaar naar voren haalde. Beiden kregen de nodige verwensingen naar hun hoofd, wat mijns inziens niet terecht is, klasse verloochent zich niet. Nou ben ik meer een liefhebber van de wegkoers, maar kijken naar de matadoren in het veld blijft toch verbazen. Zeker de manier waarop deze pedaalridders hun fiets beheersen regen en wind doorstaan en genieten van hun wedstrijd. Bij de dames is het geheel NL wat de klok slaat, Brand, Betsema, Alvarado en noem maar op behalen de zegekrans keer op keer, wat een weelde. De Belgen komen niet in het stuk voor hetgeen ze zeer verdrietig stemt, begrijpelijk overigens. En zo te merken hebben ze ook geen toekomstige winnaars, Sanne Cant is de enige die nog ongeveer bij kan blijven. Maar ook bij haar zit de sleet erop, althans dat lijkt zo, ze is ook niet meer een van de jongsten. Maar goed voor de Nederlandse cross liefhebber blijft het een genot om naar de strijd te kijken tussen de rivalen, soms meteen uitschieter. En jong talent hebben we genoeg, kijk maar naar van Anrooij en Pieterse, die komen er wel. Voor de NL-coureurs bij de mannen levert van Kessel mooie uitslagen, echter winnen is er niet bij. Opvallend is trouwens wel dat veel NL-coureurs deel uitmaken van Belgische ploegen, vanuit ons eigen land is het maar miniem. Wellicht dat ook bij de beloften nog klasbakken naar voren komen zoals Kamp en Ronhaar, je weet het maar nooit. Straks zal in februari/maart het wegseizoen weer een aanvang nemen, met naar ik hoop publiek langs de kant. Want eerlijk gezegd is het maar een dooie boel zo’n cross zonder toeschouwers. De strijd is er niet te minder om, het blijft gas geven door het zand, de modder en op de heuveltjes. De wegwedstrijden beginnen met de Omloop het Nieuwsblad wat de klassiekers betreft eind februari, waarna er nog vele zullen volgen met als hoogtepunt natuurlijk de Tour de France als belangrijkste ronde. Laten we hopen/wensen dat ook Etten-Leur de ridders van de weg weer kan verwelkomen in augustus, vele koersliefhebbers kijken er naar uit.

België kent zijn klassiekers, maar het mag worden gezegd dat “ons” omnium zo langzamerhand ook deze term mag gebruiken. Laat de Tour de France de springplank zijn voor dit geweldige evenement, ik hoor de smalle bandjes al zoeven.

Hans Meesters

Foto : Ad van den Wijngaart