Kom alles te weten over de Profronde!

Historie Profwielerronde Etten-Leur

Koersen in Etten: van toen naar nu

(met dank aan Jos Marten, tekst Hans Meesters)

Het begin.

Etten-Leur heeft iets met wielrennen, een sport waar een heleboel mensen van genieten, zowel actief als passief. Grote namen hebben op de “kasseien” van ons dorp acte de présence gegeven zoals dat zo mooi heet. Zowel plaatselijke als internationale renners hebben de Etten-Leurse wielerwereld op de kaart gezet, waarbij zelfs grote wedstrijden werden georganiseerd die landelijke maar ook ver daarbuiten de aandacht trokken. Soms was er wel even een dip qua organisatie, maar altijd kwam het wielrennen weer boven water zoals nu tot op heden in 2013 met de profronde.

In dit artikel gaan we terug in de tijd, waarbij we straks na bijna honderd jaar, uitkomen op 11 augustus 2013. Niet alles is in dit tijdsbestek weer te geven, maar getracht wordt om een beeld te schetsen van wat Etten-Leur op dit gebied te bieden had en wat nu nog van toepassing is. We beginnen ons verhaal in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Reeds in deze jaren kende Etten-Leur( toen nog Etten en Leur) grote wielerwedstrijden. Ontstaan op de grasbaan bij café Cees van Sundert werd daarna op verschillende parkoersen gereden.

Grote bekendheid verwierf de grasbaanrace bij deze uitbater, mede oprichter van de in die periode opgerichte “Ettense Wielerclub” (EWC). Koppelwedstrijden voor amateurs, nieuwelingen op afstand en sprint zagen het daglicht. De prijzen bestonden destijds uit sportartikelen en luxe artikelen, soms een beker of palmtak daaraan toegevoegd. Ambiance mocht natuurlijk niet ontbreken, daar zorgde harmonie “Apollo” wel voor. Deze grasbaan en ook de races kregen grote bekendheid en stonden zeer goed bekend, waardoor de deelname van veel goede Nederlandse coureurs steeds maar groter werd.

De deelnemers kwamen uit heel Brabant en natuurlijk ook uit Etten. Al deze namen op noemen is teveel van het goede, maar ze zijn “wereldberoemd”geworden in Etten-Leur, lees het Sportboek er maar op na. Ook plaatsgenoten en streekgenoten haalden de palmares en mooie prijzen binnen waaronder de broers van Sundert en Marijn Valentijn, kortom teveel om allemaal te vermelden. Waren het eerst nog nieuwelingen en amateurs die het gras “teisterden”, niet veel later maakten de naast de amateurs ook de onafhankelijkheden hun opwachting. Het succes van deze grasbaanwedstrijden was zo groot dat ook in de nabij gelegen plaatsen races werden georganiseerd, waarbij men elkaar wel eens in het vaarwater zat qua datum. Gelukkig werd dit op een goede vriendschappelijke manier opgelost, zodat de planning op elkaar kon worden afgestemd.

Zo rond 1930 raakt het grasbaan racen in het slop en wordt besloten om dit soort wedstrijden maar niet meer te houden.

Er wordt overgegaan in 1936 naar de eerste ronde van Etten, een wegwedstrijd voor professionals en onafhankelijken, amateurs en nieuwelingen. Het parkoers lag er toen zo slecht bij dat via een aantal ingrepen uiteindelijk de wedstrijd toch doorgang kon vinden. Dat was mooi meegenomen want de wegen in Etten hadden er baat bij, zo ook uiteraard de bewoners. Start en finish waren op de markt, alhoewel het parkoers ook wel enkele malen werd veranderd. Zo kwam ook “het Moleneind” aan de beurt. De afstanden waren meestal rond de 70 kilometer “koers” voor de amateurs, terwijl de professionals zo’n 120 kilometer aflegden. Veel Belgische renners vonden deze ronde zo aantrekkelijk dat ze in grote getale deelnamen.

De ronde van Etten was nu echt geboren “op straat”, echter er kwam helaas een flinke kink in de kabel vanwege de oorlogshandelingen en de bezetting.

In 1940 werd, vanwege het uitbreken van de oorlog geen koers gereden, pas in 1947 werd de draad weer opgepakt.

In de volgende aflevering gaan we de naoorlogse wielerronde onder de loep nemen, daarover leest u meer in deel 2 over enkele weken.

Na wereldoorlog 2

Simon Dresens, Cees van Haperen sr. Toine Buijs, Hein Baas, Gerardus Peijs, Mathijs Haanskorf, Cees Dekkers, Jan en Piet van Sundert vormen het bestuur dat de ronde van Etten in 1947 nieuw leven in blaast. Simon Dresens was een fervent wielerliefhebber en heeft tientallen jaren een zeer actieve rol gespeeld binnen het bestuur en in de Ronde van Brabant.

Etten was vanaf die datum ook al diverse malen aankomst plaats geweest van laatst genoemde wielerwedstrijd.

De draad werd weer opgepakt met start en finish op de Haansberg met o.a. beroemde vedettes als Wim van Est en Gerrit Schulte en Theo Middelkamp als deelnemers.

Om nog meer bekendheid en wielrenners uit het buitenland te trekken wordt de naam Internationaal wielercriterium in het leven geroepen in 1948. Dit wordt een succes, waarbij ook plaatselijke renners aan deelnemen. “Wimme” doet in de jaren vijftig ook weer mee en bovendien staat Wout Wagtmans aan de start. Internationaal schrijven Belgen, Fransen en zelfs een Australiër in. De meet ligt intussen op de markt en de wedstrijden bestaan o.a. uit een rit in lijn achter de grote motoren. Winnaars zijn de in het vorenstaande geschrevene.

Vanaf 1951 ligt de start en finish op de Zundertseweg en wordt er gekoerst op de Sprundelsbaan en Achter de Molen. Professionals en amateurs rijden respectievelijk deze wegwedstrijd over 161 km en 90km. En wat schetst de verbazing bij het in grote getale aanwezige publiek, jawel een Afrikaan doet mee, de later zo bekende “Tourvedette” Abdel-Kader Zaaf uit Algerije.

Deze wedstrijden worden zo’n enorm succes dat het aantal toeschouwers groeit en groet, soms zelfs tegen de 40.000 aan.

Dit leidt zelfs tot veel buitenlandse coureurs vanwege de geweldige organisatie en zelfs de buitenlandse pers besteedt er aandacht aan. Naast Parijs-Roubaix, Rome-Napels-Rome wordt het criterium daardoor opgenomen in het “Grote Paas Toernooi”. Speciale BBA busdiensten rijden af en aan om de toeschouwers naar het circuit te brengen en het spreekt vanzelf dat na de koers het nog lang gezellig blijft in Etten.

In 1952 verschijnt Jean Robic, wereldkampioen, aan het vertrek achter de grote handelsmotor. Hiervoor had hij nog nooit in Nederland gereden, maar Etten had dus wel degelijk de primeur. Hij schrijft dit internationaal wielercriterium uiteraard op zijn naam, waarna vele klinkende namen nog zullen volgen uit Italie, Zwitserland, Belgie(Stan Ockers), kortom een hele lijst vol. Het aantal plaatsgenoten dat in de jaren vijftig deelneemt wordt ook alsmaar groter, in dit artikel teveel om op te noemen. In 1953 vindt nog een extra wedstrijd plaats om de slachtoffers van de watersnoodramp te helpen het zogenaamde “rampenfondscriterium”. In 1956 is het professionele wielrennen op de achtergrond geraakt en verschijnen enkel amateurs en nieuwelingen aan de start. Een uitzondering vormt 1958, waarbij de Pellenaarsploeg deelneemt ter inzameling van geld voor de bouw van “de Nobelaer”.

Na 1956 geldt Etten-Leur als start/finishplaats voor de Ronde van Brabant en vanaf dat jaar viert het wielrennen in onze plaats weer hoogtij.

Ettenaar Anton van der Steen wint in 1958 met veel overmacht de Ronde van Brabant, waaraan later ook Daan Haanskorf en Cees van de Borst deelnemen.

In 1952 wordt Etten-Leur ook de aankomstplaats van de Ronde van Nederland van Amsterdam naar Etten.

In 1966 doet de Grote Prijs van Nederland Etten-Leur aan. Een meerdaagse wedstrijd met een dag op het parkoers Zundertseweg, Rijsbergseweg, Sprundelsebaan.

Grote renners staan onder het startdoek zoals Stablinsky, Anquetil Rik van Looy. Henri Anglade, Raymonf Poulidor, Jan Janssen, Rolf Wolfshohl. Een geweldig succes waarbij toentertijd wielerfanaat Kurth Vyth aan bijdroeg met veel geld vanuit zijn accu imperium

Na dit festijn liep de belangstelling van het wielrennen snel terug en we moeten tot de zestiger jaren wachten vooraleer weer gekoerst werd in Etten-Leur.

Wachten duurt soms lang, maar in deel 3 zullen we het wielrennen in de zestiger jaren gaan zien opleven. Het begin van een wederopstanding van wat in feite nu nog is, namelijk de profronde van Etten-Leur. Nog even geduld dus, over een aantal weken meer hierover in de volgende aflevering.

De zestiger jaren en daarna.

Zoals vermeld in deel 2 nam de belangstelling voor het wielrennen in Etten-Leur af na de Grote Prijs Nederland. Toch waren er enkele personen die deze sport zo lief hadden dat ze niet bij de pakken neer gingen zitten en hun schouders er (wederom) onder zetten.

Daar ging echter een heel andere perspectief aan vooraf. Kees Maas (jawel de bekende wielerspeaker) vatte samen met Henk Poppelaars het idee op om de Ettense Pijl op te richten. In het begin een soort cyclocross later naast het fietsen aangevuld met een hardloopwedstrijd en bakfietsenrace. Nog later, tijdens de destijds beroemde AMILTO feesten ontstond daaruit de “Nacht van Etten”, een wielerwedstrijd voor amateurs, soms verreden met zeer matig licht (in de duisternis).

Uiteindelijk werd vanuit deze, soms ludieke, “omloop” in 1975 het echte wielrennen weer opgepakt waarbij Cees van Haperen sr. Kees Maas en Piet Lambregts het voortouw namen.

Eerst werd gereden op het parkoers rond de “Adidas hallen”, later ook nog in de Grauwe Polder en uiteindelijk weer in het centrum van Etten-Leur. Professionals kwamen niet aan de start, dat was nog teveel van het goede, maar later zou dat weer opnieuw “opgegraven “ worden. Enkele namen van veel winnaars en later beroemde profs waren Toon van der Steen, Willem Jan van Loenhout, Michel Boogerd, Bart van Est, Richard Tijs, Jos van Aert, Cees de Brouwer, enz., kijk er (nogmaals) het sportboek van Etten-Leur maar op na. Natuurlijk mag veelwinnaar Peter Heeren hierbij niet ontbreken.

De ronde trok weer meer toeschouwers de sfeer was prima zo rond de cafés en het idee gaat weer ontstaan om een profcriterium op te starten in de jaren negentig.

Het toen nog amateur evenement met goede coureurs, muziek, show en het wielerspektakel krijgt weer internationale allure, waardoor Noren, Italianen, Spanjaarden hun opwachting maken, een sterk deelnemersveld met veel premies tot gevolg. Veel renners worden teleurgesteld omdat ze niet mogen starten vanwege het grote aanbod van inschrijvers, hierop wordt door de KNWU streng op gecontroleerd. Meer staat het parkoers het aantal deelnemers niet toe.

En dan heb ik het nog niet vernoemd, maar eigenlijk is het veldrijden in Etten-Leur in deze jaren ook in opkomst. Het circuit op de Kogelvanger wordt jaarlijks gebruikt, waarbij ook internationale vedettes aan de start verschijnen. Helaas kent het veldrijden een neergaande lijn in de loop der jaren, althans in Etten-Leur, het is hangen en wurgen geblazen. De aandacht gaat nu meer uit naar de wegwedstrijden in het centrum van Etten-Leur, al hebben we ook hier kleppers gekend met de naam Lars Boom en Daphne van den Brand. Toch bestaat nog steeds de wens om de cyclocross niet verloren te laten gaan, het organisatie comité blijft er in geloven, ondanks een aantal tegenslagen.

En dan zijn we zo langzamerhand aan het eind negentiger jaren en het begin van het nieuwe millennium, met de wederopstanding van de Profronde van Etten-Leur, zoals die nu op de wielerkalender staat. De Stichting Wielerevenementen ziet het levenslicht in 1996, waarbij kroegbazen het stalen ros beklimmen en ook de officiële (amateur)wedstrijden monden uit tot een enorm spektakel. Later ontstaat hieruit ook de prominenten race, de dikke bandenrace en zo langzamerhand na de amateurwedstrijden, die veel volk en renners trekken, wordt de wens naar een wederkeer van de profronde steeds heviger..

De start en finishlijn wordt op de Oude Bredaseweg getrokken (waar die nu nog is) en “de ronde” blijft gratis toegankelijk met een groot randgebeuren er omheen.

In 2003 komt er echter een flinke kink in de kabel van het organisatiebestuur, de wedstrijd wordt afgelast vanwege tijdgebrek hunnerzijds, de wielerronde lijkt ter ziele te gaan.

Echter in 2005 doet de individuele tijdrit van de Enecotour Etten-Leur aan, een internationale wielerwedstrijd voor de beste profploegen te wereld. Stichting Wielersport Etten-Leur neemt de organisatie van deze dag op zich en mag dat beklinken met een fantastisch succes. Tienduizenden bezoekers vergapen zich in het centrum en ver daarbuiten aan de wielerhelden zoals Erik Zabel, Thomas Dekker, Erik Dekker, Rick Verbrugge en de latere winnaar Bobby Julich. Etten-Leur komt op diverse televisiekanalen uitgebreid in beeld en Mart Smeets doet daar nog een duit bij in het zakje door te verklaren dat hier in Etten-Leur de echte wielersfeer heerst.

Na deze zo succesvolle dag worden de hoofden bijeen gestoken o.l.v. oud wethouder Felix de Bekker om de profronde Etten-Leur een nieuw bestaan te geven.

Het toenmalige bestuur met hem, Kees Maas, Edwin Bressers, The Groenwegen, Rien Vergouwen, Wim van de Sande en Robert Dorrestein besluiten om door te gaan onder het motto”Vive le Tour dÉtten-Leur”.

Doordat vele sponsoren, waaronder ook de Rabobank en vele omliggende bedrijven, het wel zien zitten in deze nieuwe aanpak, komt het topsportgebeuren op wielergebied weer terug in Etten-Leur centrum.

De echte helden zijn er weer en het gezegde “het ziet zwart van het volk”moet daartoe bijdragen. En dat gebeurt ook. De profronde zoals we die nu kennen blijkt een schot in de roos te zijn (en hopelijk te blijven) met een omlijsting van muziek, dikke bandenrace voor de schooljeugd, de prominenten race, “”de oud “ vedetten

race en last but not least het prof omnium. Dit bestaat uit een tijdrit, puntenrace en rit in lijn. Vele Tour klasbakken zijn al gestart in de loop der jaren met prachtige winnaars zoals Servais Knaven (nam afscheid in EL) Lars Boom, Koos Moerenhout, Ivan Basso, Samuel Sanchez en in 2012 Peter Sagan, een ware erelijst dus. Renners als Andy Schleck, Johnny Hoogerland, Rob Ruijgh, Andre Greipel, Vinokourov, lieten hun wieltjes ook ronddraaien in Etten-Leur. En vergeet vooral niet de eerste dameskoers met onze Olympische kampioene Marianne Vos in 2012, een waar festijn werd dat. Marianne liet zien waarom ze de gouden medaille (en ook nog vele koersen daarvoor en daarna) won door heel het veld te dubbelen, ze bleef “doorkachelen”. “Onze”wereldkampioene bracht sportliefhebbers in een ware extase, ze mag zo weer terugkomen en wellicht gebeurt dat ook in 2013.

Het is te hopen dat dit artikel u enigszins wegwijs en enthousiast heeft gemaakt over de Etten-Leurse wielergeschiedenis vanuit verleden naar heden. Niet alles kan worden vermeld of geschreven, daarvoor is veel meer “papier en tekst” nodig.

Hoe begon het 75 jaar geleden ?
“Het is een durf stukje op sportief en organisatorisch gebied. In deze benarde tijden een frisch opwekkend sportgebeuren, wat licht, wat blijheid, wat leven zal brengen in de donkere brouwerij van het huidige aldagsbestaan.” Dat schreef burgemeester Hamilton in het voorwoord van de programmaboekje voor eerste wielerronde van Etten. Het is op dat moment 30 augustus 1936 en vrolijkheid werd op dat moment niet met hoofdletters geschreven. De burgervader van het Brabantse dorpje hoopt dat het hardfietsen op de weg voor nieuwe positieve impulsen zorgt in die vooroorlogse periode. In dat jaar werd er gekoerst door Jan Pijnenburg( beter bekend als de kanonbal), John Braspenning (koning van de kermiskoersen en keizer van de smokkelaars), Marinus Valentijn (Vent van de Bok) en de locale helden Van Zundert en Van den Beemt.

De initiatiefnemers in 1936 waren P. Snelders, C. van Poppel, S. Dresens, B. Vermeulen, A. Buys, L. van Nispen, E. van Haperen en G. Peys. Het achttal werd ondersteund door twaalf andere mouwopstropende mannen van de gestampte pot. Dat laatste was geen overbodige luxe, want er moesten berijdbare wegen komen voor de renners. Van de verbetering van de infrastructuur door het particuliere initiatief kon de bevolking vervolgens 364 dagen per jaar genieten. Het eerste wegparkoers had een lengte van acht kilometer en die afstand werd gevonden door op de Markt te starten, het Moleneind heen en terug af te leggen en vervolgens via Markt, Stationsstraat, Baay, Baaystraat, Sander, Haansberg en Wipeind weer op de Markt te arriveren. Heel wat anders dan het fietsen op een grasbaan, waar men de deelnemers doorlopend aan het werk kon zien. Van dat soort wedstrijden heeft Etten er ook legio gehad. In 1936 dus voor de eerste keer koers op de weg en Gedeputeerde Staten moest er goedkeuring aan verlenen. En deed dat na enig masseren ook. Om elf uur begonnen de nieuwelingen aan acht ronden, terwijl om half drie de profs en onafhankelijken hun tanden zetten in een karwei van 120 kilometer.

Succes daarna
Na de tweede wereldoorlog bleek het koersen op de weg in Etten-Leur een voltreffer. Het publiek stroomde toe, met vele duizenden. Om o.a. getuige te zijn van het fietsen door Jean Robic, Jean Bobet, Wim van Est, Gerrit Schulte, Theo Middelkamp, Wout Wagtmans en een dubbelganger van Abdul Khader Zaaf. Om maar enkele namen te noemen. Het was de periode waarin o.a. de eerste Nederlandse gele trui in de Tour de France gescoord werd. De profstory duurde tot en met 1966 toen Rik van Looy in Etten-Leur een van de ritten van de GP van Nederland won. Op de rond de Markt werd de wielerdraad vastgehouden met een amateurprogramma en na een jaartje Grauwe Polder (1975) volgden tien jaar wedstrijden op het industrieparkoers Hermelijnweg/Vossendaal. In 1986 volgde de terugkeer naar het centrum, waar in 2003 de organisatie de handdoek in de ring wierp, omdat er geen opvolgers waren.

Tijdrit
In 2005 werd in Etten-Leur een periode van bouwoverlast, gekmakende wegomleidingen en ander gekreun tijdens het revitaliseren van het hart van het stadje afgesloten. En er werd weer gefietst. Deze keer niet door een peloton maar door solisten die vochten tegen het onverbiddelijke uurwerk. Een tijdrit als ontknoping van de ENECO Tour, het achtdaagse wielerevenement in de Benelux. Bobby Julich streed met Leif Hoste, Erik Dekker, Thomas Dekker en andere specialisten om zege. De Amerikaan won het ‘klokkenspel’ en greep de eindzege. Hij genoot van de gemeentelijke frikadellen en het applaus van het talrijk opgekomen publiek. Helicopter in de lucht, registrerende cameralieden en een rechtstreekse televisie uitzending met superpositief commentaar van Mart Smeets en Karl Vannieuwkerke over de Etten-Leurse organisatie en belangstelling. Alle aanwezigen genoten met de bekende volle teugen en het bleef nog lang gezellig in het vernieuwde hart. Vrijwilligers waren er voldoende en deden schitterend werk.

In 2007 werd daarop voortgeborduurd en werd met een profcriterium uitgepakt. Wim van de Sande, die in 2005 voorzitter van de technische commissie was, werd voorzitter. Hij zag achtereenvolgens Servais Knaven, Lars Boom, Koos Moerenhout, Ivan Basso en Samuel Sanchez winnen. Ook mannen zoals Andy Schleck, Johnny Hoogerland en Robby Ruygh verschenen aan de start. En het publiek genoot, ook van de oud-renners met de bekende namen, die in Etten-Leur kwamen opdraven.

Organisatie
Inmiddels werd het tijd om de organisatie een keertje tegen het licht te houden. En geschikt te maken voor een nieuwe periode. Een beetje strakker en met wat minder kans op scheefgroei, dat moest het worden om de toekomst te kunnen verzekeren. Wim van de Sande zocht een rol, die iets meer in de luwte ligt en Ronnie Buiks, die de voorbije jaren de grote financiele gangmaker was, bleek bereid om de voorzittershamer over te nemen. Hij doet dat drie jaar en zal worden geflankeerd door Kees Maas. Laatstgenoemde is in wielerland een begrip en heeft al meer dan twintig jaar de Etten-Leurse ronde georganiseerd. Ben van de Maagdenberg is de secretaris, Rene van Bakel de penningmeester en Mark van de Sande het bestuurslid met technische zaken in de bagage. Elk bestuurslid heeft een afgebakend takenpakket en zorgt voor de bemensing van zijn clubje. Er wordt gezocht naar geschikte medewerkers, die op de dag zelf of liever in het gehele voorbereidingstraject willen meehelpen. Uit die groep medewerkers worden binnen enkele jaren ook de nieuwe bestuurders gezocht. Degenen, die liever niet zichzelf willen aanmelden maar gevraagd willen worden, kunnen via via laten weten dat persoon x of y wellicht interesse heeft. Vervolgens wordt contact opgenomen en gaat het wielerwieltje draaien.