Koers is een religie en gaat over het fenomeen wielrennen, het is zoals vele onderzoekers beweren, van oorsprong een katholiek sport. En dat is waarschijnlijk ook zo, vooral in Frankrijk, Italië, Spanje, België (beetje in NL, Brabant/Limburg vooral)) kent de verering voor deze edele volkssport zijn weerga niet.

Tal van kapelletjes zijn een pelgrimage geworden voor de liefhebbers van de wielersport om hun huidige en uit het verleden helden op de twee smalle bandjes te eren of te herdenken. Zelfs huidige renners doen deze “heilige” plaatsen aan om toch te bidden voor een goede afloop van hun wedstrijd (zonder ongelukken en graag winnen uiteraard). Vele kaarsjes worden/werden opgestoken en werd/wordt Maria, de patroonheilige van de coureurs, hierom “gesmeekt”. Tijdens de Tour de France van dit jaar (2017) kwam het kerkje Notre Dames des Cyclistes volop in de schijnwerpers te staan in het plaatsje Labastide-dÁrmagnac. Een kerkje dat vol hangt met wielershirts van de meest beroemde mannen op twee wielen en waar Louis Ocana werd gedoopt, waar hij trouwde en waar zijn uitvaart werd gehouden. Het is een bedevaartsoord geworden dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt en niet alleen de “stoempers” op het stalen of carbon ros. Liefhebbers van de koers en vakantiegangers vertoeven er en (soms) met grote weemoed denkend aan vroegere tijden en natuurlijk ook die van vandaag.

Niet alleen in Frankrijk staat zo’n kerk of kapel, ook in Belgie wordt de wielersport als een relikwie omarmd. In Roeselare waar het B-wielermuseum (was) gevestigd wordt nu in de Paterskerk een tentoonstelling gehouden met als onderwerp “Koers is een religie”. Ook in deze kerk, welke tijdens de verbouwing van het museum als vervanging dient, krioelt het van oude en huidige wieleroutfits, vooral truien. Helden uit het verleden en heden schonken hun tenue als dank aan het museum/kerk. De schitterende woorden van wijlen Briek Schotte spreken boekdelen welke uiteraard terug te vinden zijn die de kerk. “Wij waren goden voor de mensen, de enige goden die ze van dichtbij konden zien en er een klapke mee doen.” Ze illustreren de haast religieuze beleving van de koers in Vlaanderen. Vroeger en nog steeds. Prachtig toch, niet te overtreffen de woorden van deze Flandrien die de koers in Vlaanderen groot heeft gemaakt en een ware held is geworden vanuit het verleden.

In het land van “de Laars”, Italië dus, is de verering van overleden wielerhelden nog heftiger als waar dan ook. Zij zijn, bijvoorbeeld, eeuwig herdenkbaar in het kapelletje Madonna del Ghisallo aan het Como meer. Een eeuwige vlam geeft deze plek nog meer impact, wat te denken van hun Bartali, Coppi en het “olifantje”Pantani, een bedevaartsoord voor velen onder de “velo” liefhebbers. Deze madonna verscheen ooit aldaar en werd op verzoek door Paus Pius XII destijds uitgeroepen als beschermheilige van de wielrenners. Hier tref je o.a. ook aan de verwrongen fiets van Fabio Casartelli (zo pijnlijk verongelukt) en de roze trui van Marianne Vos. Net als tijdens de Tour (Alpe d’Huez), de Ronde van Vlaanderen op de muur van Geraardsbergen, worden bij de doorkomst van de Ronde van Lombardije ook hier de klokken geluid.

Het behoeft dan ook geen verwondering dat vele coureurs hun geloof niet onder stoelen of banken staken. Bekend is o.a. de Jan Janssen schietgebedjes deed tijdens de ritten, dat Rine Wagtmans altijd de rozenkrans van zijn opa bij zich had, hij op bedevaart ging naar Lourdes en hij Christoffel ook altijd bij zich had. Mart Smeets schreef ooit dat je met drie Weesgegroetjes “gezuiverd” werd van alle zonden, dus ook van bedrog.

Het geloof zit dus diep in dat wielrennen, er zijn boeken over geschreven en de vele anekdotes uit heden en verleden maken dit onderwerp nog meer “geloofwaardiger”. Kijk maar naar, vooral de Spaanse en Italiaanse coureurs die vaak voordat de wedstrijd begint een kruisje slaan of een Paternoster of medaillon kussen. Het moet hun steun geven op zowel “het vlakke” als bij de soms halsbrekende toeren bij een afdaling.

Kortom, geloof en hoop op de goede afloop van een koers en de liefde voor deze sport geeft aan dat het innerlijke van zowel een renner als liefhebber ondoorgrondelijk is. “De dood of de gladiolen” zullen er vast en zeker mee te maken hebben.

 

Geschreven door Hans Meesters